Zo monteert u Tropf-Blumat


Stappenplan aansluiting Tropf-Blumat irrigatiesysteem

Volg onderstaand stappenplan voor het aansluiten van uw Tropf-Blumat bewateringsinstallatie. Daarna kunt u genieten van een volautomatisch watergeefsysteem voor alle buitenplanten.

Geen “zorgen” meer of de planten wel genoeg water krijgen. Het systeem regelt dit helemaal zelf!


Water aansluiten op Tropf-Blumat

Voor de wateraansluiting op de Tropf-Blumat kunt u de drukreduceerder of vatdoorvoer gebruiken. De drukreduceerder wordt direct op de waterkraan of op een hydrofoorpomp (pomp met expansievat) aangesloten en regelt de druk op 1 bar. Zo kunt u ook balkon- en hangplanten tot op 4 meter hoogte bewateren. De vatdoorvoer wordt op een reservoir naar keuze gemonteerd. Deze dient per 5 meter slanglengte ten minste 0,5 m hoger staan dan de Tropf-Blumat installatie, maar maximaal 14 meter hoger.

Met één wateraansluiting kunt u een tot 60 meter lange bewateringsinstallatie (250 Tropf-Blumat) van water voorzien. Indien u de bijgeleverde slangaftakking direct na de drukreduceerder monteert, is het dubbele mogelijk. Verwarm de aanvoerslang voor de montage (bijvoorbeeld in warm water of de zon) om deze vervolgens makkelijker te leggen.  


Eenvoudig en probleemloos monteren

 

  1. Schroef de groene gietkop af en leg de keramische sensor ten minste 15 minuten in het water;
  2. Schroef de onderdelen vervolgens onder water in elkaar tot aan de aanslagring. De sensor moet volledig met water gevuld zijn;
  3. Laat de met water gevulde en in elkaar geschroefde Tropf-Blumat ten minste 15 minuten in het water liggen.

Belangrijk! Voordat u de afzonderlijke Tropf-Blumat plaatst, moet de grond meermaals flink worden besproeid met water.

  1. Plaats de Tropf-Blumat tot aan de gemarkeerde insteekdiepte op een onderlinge afstand van ca. 20 tot 25 cm in de buurt van de wortelen in de grond. Zorg voor een goed contact met de grond. Aan het einde van de installatie plaatst u de Tropf-Blumat met het eindstuk. Indien nodig dient u het T-stuk eraf te trekken en door het eindstuk te vervangen.
  2. Aansluiting op de aanvoerslang: snijd de aanvoerslang in slangstukken van de passende lengte en verbind hiermee de afzonderlijke Tropf-Blumat. Schuif de slangstukken goed vast op de T-aansluitstukken van de Tropf-Blumat. Let hierbij op de juiste zitting van de slang.

Belangrijk! Voor de instelling moeten alle Tropf-Blumat ‘dicht’ zijn. Draai de waterkraan open. Er mag nergens water druppelen.

  1. Begin met de instelling bij de laatste Tropf-Blumat van de installatie. Zo wordt de aanvoerslang ontlucht. Draai de stelschroefdop naar links open. Nu stroomt er water uit de druppelslang, die ca. 8 cm uit de Tropf-Blumat moet steken. Draai de stelschroef dan langzaam naar rechts weer dicht, zodat nog net een waterdruppel aan de druppelslang blijft hangen. Draai de stelschroef vervolgens nog 2 markeringspijlen (1/4 omwenteling) verder naar rechts dicht. Bij een natte grond mag de Tropf-Blumat geen water afgeven.


Controleer waterafgifte

Controleer 1 tot 2 weken na de installatie de waterafgifte en pas deze indien nodig aan. Dit doet u door de stelschroefdop iets te openen (= meer water) of dicht (= minder water) te draaien. Meestal volstaat hierbij een draai van een ½ markeringspijl.


Kies de juiste hoeveelheid kegels

Een Tropf-Blumat bewatert de grond rondom met een diameter van ongeveer 20 tot 25 centimeter. In de volgende situaties heeft u het volgende aantal kegels nodig:

  • voor het bewateren van balkonbakken:
    • 100 cm lengte – minimaal 4 stuks;
    • 80 cm lengte – minimaal 3 stuks;
    • 60 cm lengte – minimaal 2 stuks.

  • voor het bewateren van plantenbakken:
    • tot ø 25 cm – 1 stuk;
    • van ø 25 tot 40 cm – 2 stuks;
    • van ø 40 tot 50 cm – 3 stuks.

  • voor grotere potten, containers of perken:
    • in plaats van Tropf-Blumat kunnen ook verdeeldruppelaars worden ingezet. 1 Tropf-Blumat en 5 verdeeldruppelaars bewateren bijvoorbeeld een oppervlakte van 40 cm breed en 50 cm lang.

Maak gebruik van verdeeldruppelaars

Snijd de dunne druppelslang in stukken van ongeveer 20 cm lang. Verbind dan maximaal 5 verdeeldruppelaars met elkaar en bevestig de eindverdeeldruppelaar op het einde van de keten.

Plaats hierna de keten met de verdeeldruppelaars in de buurt van de plantwortels. Het is van belang dat de afstand van de Tropf-Blumat tot de dichtbijgelegen verdeeldruppelaar ongeveer 8 cm bedraagt.

Stel vervolgens de Tropf-Blumat in zoals beschreven in stap 6. Verbind pas daarna de keten met de Tropf-Blumat. De zwarte schroef hoeft niet te worden versteld, behalve wanneer een verdeeldruppelaar zichtbaar minder water afgeeft. In dat geval kunt u de zwarte schroef één omwenteling opendraaien. Draai de schroef eenmaal per jaar volledig uit om deze te reinigen.